Op 21 maart mogen we naar de stembus voor de gemeenteraadsverkiezingen, maar ook om voor of tegen de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) – ook wel ‘sleepnetwet’ – te stemmen en daarmee een advies te geven aan de regering. Als het aan de regering ligt, is dat het laatste referendum, want het kabinet wil zo snel mogelijk van de Wet raadgevend referendum (Wrr) af. Uitgerekend een minister van D’66, de partij waarvan je het misschien wel het laatste zou verwachten omdat een groot deel van het bestaansrecht van D’66 ontleend wordt aan de standpunten voor directe democratie, komt met de intrekkingswet.

Waarom wil de regering – D’66 voorop – dit democratische middel zo snel mogelijk de nek om te draaien? ‘Het heeft niet gebracht wat we ervan verwacht hadden,’ is het eerste argument dat ik iedere D’66-er plichtmatig hoor opdreunen. Wat heeft het dan gebracht? En tegen wiens verwachtingen gaat dat in? Zijn die verwachtingen ook ergens opgeschreven? De uitslag van het Oekraïnereferendum toonde aan dat het volk (of in ieder geval de meerderheid van 30% van het volk) anders dacht over een wet dan de Tweede Kamer en dat leverde uiteraard een lastige situatie op voor de regering. Maar om puur op basis van dat ene referendum en een vervelende ervaring van de regering al tot de conclusie te komen dat het hele middel dan maar afgeschaft moet worden, lijkt me wat voorbarig.

‘Veel mensen denken dat het referendum bindend wordt zodra de opkomstdrempel gehaald wordt en worden daarna teleurgesteld’, hoor ik ook als argument. Opnieuw: waarom dan meteen het hele middel afschaffen? Alleen de opkomstdrempel schrappen lijkt me dan een veel meer voor de hand liggende optie. Het feit dat er een groot aantal handtekeningen verzameld moeten worden, heeft al een voldoende filterende werking. Daarnaast blijft het raadgevend referendum een advies en hoeft de regering de uitslag niet eens te volgen. Is de regering zo bang om een advies aan te horen?

Ook zou het raadgevende referendum een opmaat zijn geweest naar een bindend referendum en omdat daar momenteel geen meerderheid voor is in de Tweede Kamer, moet het raadgevende referendum maar het veld ruimen. Dat lijkt me een vreemde reden, vooral uit de mond van D’66-leden. Er lag een initiatiefwet om een bindend referendum mogelijk te maken. Hiervoor is een grondwetswijziging vereist en daarom moest het wetsvoorstel twee keer worden aangenomen in de Tweede Kamer en Eerste Kamer. De eerste keer lukte dat, de tweede keer, afgelopen jaar, lukte dat niet. Waarom niet? Omdat de initiatiefnemers, PvdA, GroenLinks en – jawel – D’66 het wetsvoorstel niet meer steunden. Waarom D’66 op die manier de handen aftrekt van het eigen kroonjuweel is me een raadsel. En dat men het feit dat er geen meerderheid meer is in de Tweede Kamer voor een bindend referendum gebruikt als argument om dan ook maar het raadgevend referendum af te schaffen, is voor mij nog raadselachtiger.

Ik vermoed dat het te maken heeft met angst voor en te weinig vertrouwen in de kiezer. De regering is enerzijds bang voor referenda omdat het pijnlijk bloot kan leggen dat het volk anders denkt over onderwerpen dan de regering. Anderzijds hebben zij geen vertrouwen in de kiezer, omdat zij denken dat die niet slim genoeg is om bepaalde politieke keuzes te maken.

Het volk kan het soms oneens zijn met de besluiten van volksvertegenwoordigers. Dat blijkt uit het Oekraïnereferendum. Dat kan verschillende redenen hebben. Een kiezer stemt wel op een partij, maar is het nooit helemaal eens met het partijprogramma; het kan dus zijn dat een partij juist die punten verwezenlijkt waar de kiezer het niet mee eens was – of punten die nergens te vinden zijn in welk programma dan ook (denk aan de afschaffing van de dividendbelasting). Ook kunnen nieuwe situaties zich voordoen tijdens een regeerperiode waar volksvertegenwoordigers dan direct beslissingen over moeten nemen. Of politici kunnen het ene beloven en het andere doen. De enige manier waarop de kiezer die ontevredenheid momenteel kan uiten, is door een paar jaar later dan maar op een andere partij te stemmen. Daarmee wordt het besluit niet teruggedraaid en loopt de kiezer hetzelfde risico als dat ik hiervoor noemde.

Daarom ben ik voor een bindend referendum in Veenendaal. Het volk kiest geen volksvertegenwoordigers om andere beslissingen te nemen dan die het volk zou willen. Het volk kiest volksvertegenwoordigers om hen daadwerkelijk te vertegenwoordigen. De kiezer moet dus ook de mogelijkheid hebben om in te grijpen als de vertegenwoordiging niet naar behoren gebeurt. Die mogelijkheid wordt geboden door bindende referenda. Iedere Veenendaler moet een referendum kunnen organiseren – mits diegene voldoende handtekeningen verzamelt – waarbij de inwoners van Veenendaal voor of tegen een besluit kunnen stemmen.

Natuurlijk hebben we de volksvertegenwoordigers hard nodig voor ingewikkelde kwesties en moeilijke afwegingen en we zijn heel blij dat er een systeem is waarin capabele mensen dit kunnen doen. Maar het ene sluit het andere niet uit: meer inspraak van burgers in de vorm van een bindend referendum zie ik als een hele mooie aanvulling op het democratische systeem van volksvertegenwoordiging zoals we dat nu kennen. Wordt dat een foutloos system? Zeker niet. Net als politici kan ook de kiezer fouten maken. Maar het kan zichzelf wel corrigeren. Mocht een bindend referendum tot gevolgen leiden die onwenselijk zijn, dan kunnen beslissingen op dezelfde wijze weer ongedaan gemaakt worden.

In tegenstelling tot de politici die het referendum om zeep helpen, heb ik voldoende vertrouwen in het volk. We leven in een tijd waarin het gemiddelde intelligentieniveau van burgers hoger is dan ooit en waar iedereen zich kan informeren over onderwerpen via allerlei middelen. Daarnaast zorgen referenda voor discussie en verdieping. Ik denk dus dat we klaar zijn voor bindende referenda in Nederland. De afschaffing van het referendum is iets wat landelijk speelt. Een landelijke ontwikkeling hoeft wat het referendum betreft geen lokale gevolgen te hebben. Daarom wil ik dat we in Veenendaal een bindend referendum invoeren. Daarom stem ik JouwVeenendaal.

Arnoud Snoei, #5 JouwVeenendaal